moet ik de veertiendagenbrief vertalen voor een buitenlandse klant
Taal van de brief is niet in artikel 6:96 geregeld
Artikel 6:96 lid 6 BW schrijft voor dat er een veertiendagenbrief moet zijn, met welke inhoud en welke termijn, maar zegt niets over de taal waarin die brief geschreven moet zijn. Bij een zuiver zakelijke relatie tussen ondernemers is er dus geen wettelijke plicht om te vertalen. Wat wel meespeelt: als de overeenkomst of de eerdere correspondentie met deze klant in het Engels (of een andere taal) liep, ligt het voor de hand dat ook deze brief in die taal aankomt — niet omdat de wet dat eist, maar omdat een klant die de brief niet kan lezen, zich later kan beroepen op de stelling dat hij niet wist waar hij aan toe was.
Dat laatste raakt een ander punt: het gaat er niet alleen om dat de brief er is, maar dat je kunt aantonen dat hij de klant heeft bereikt en begrepen kon worden. Bij een klant die in het buitenland zit speelt vaker de vraag of aanmanen dan nog zin heeft; dat wordt apart behandeld op de pagina over een klant die naar het buitenland is vertrokken. Voor het bewijs van ontvangst zelf — vertaald of niet — geldt hetzelfde uitgangspunt als bij een Nederlandse brief, zie hoe je aantoont dat een brief is aangekomen.
Wat er gebeurt als de klant de brief niet begrijpt
De wet verbindt geen sanctie aan de taalkeuze zelf. Het risico zit verderop: als de veertiendagenbrief zijn doel niet bereikt — de klant snapt niet dat er een termijn en een gevolg aan vastzit — kan dat later worden aangevoerd als reden waarom de incassokosten niet verschuldigd zijn. Wat er dan concreet misgaat als een brief zijn doel niet bereikt, staat beschreven op de pagina over een veertiendagenbrief die niet aan de eisen voldoet.
Onderbouwing
Artikel 6:96 lid 6 BW noemt de inhoud (het bedrag, de termijn van veertien dagen, en het gevolg van niet-betalen) als voorwaarde voor het in rekening brengen van buitengerechtelijke incassokosten, maar stelt geen taaleis. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten regelt alleen de hoogte van die kosten via de staffel, en raakt de taalvraag niet.
Waar dit op gebaseerd is
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 96 (de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en de veertiendagenbrief)
- Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (de staffel en het minimumbedrag)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.