Hoe bewijs ik dat mijn klant de brief heeft ontvangen?
Verzendbewijs is iets anders dan ontvangstbewijs
U moet meestal aantonen dat u de brief heeft verstuurd, niet dat de klant hem heeft gelezen. Bij zakelijke incassobrieven ligt de bewijslast bij u als schuldeiser: u moet kunnen laten zien dat de veertiendagenbrief of aanmaning daadwerkelijk is verzonden naar een adres waarvan u mocht aannemen dat de klant daar bereikbaar was. Een track & trace-bevestiging van een aangetekende brief, een verzendbewijs van een postdienst, of een e-mail met leverings- of open-bevestiging zijn daarvoor het meest bruikbaar. Een simpele Word-brief die u zegt te hebben verstuurd, zonder enig spoor, is bewijstechnisch zwak — niet omdat de wet dat letterlijk zo formuleert, maar omdat u bij een geschil moet kunnen laten zien dat de brief de deur uit is gegaan.
Heeft u geen verzendbewijs, dan staat u niet meteen met lege handen. Een interne administratie met verzenddatum, een kopie van de brief, en eventueel een gecombineerde aanpak van e-mail én post vormen samen ook bewijs — het is alleen minder hard dan een track & trace-code. Belangrijk is dat het adres correct was: is de brief naar een oud adres gestuurd, dan telt de verzending mogelijk niet mee, en dat lichten we toe op factuur naar oud adres gestuurd telt de termijn dan nog. Twijfelt u of uw veertiendagenbrief inhoudelijk wel aan de eisen voldeed, kijk dan bij wat gebeurt er als mijn veertiendagenbrief niet aan de eisen voldoet, want een correcte verzending van een incomplete brief helpt u niet verder.
Waar dit uit volgt: artikel 6:96 BW en de systematiek van de staffel
Artikel 6:96 lid 6 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek koppelt het recht op incassokosten aan het versturen van een aanmaning die de consument informeert over de kosten bij niet-betaling binnen veertien dagen; bij zakelijke relaties geldt deze eis niet dwingend, maar de gedachte dat u moet kunnen aantonen dát u heeft aangemaand, werkt in de praktijk hetzelfde door. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten regelt de hoogte van de vergoeding, maar zegt niets over de bewijsvorm van verzending — dat is een kwestie van gewoon bewijsrecht, waarbij degene die zich op een rechtsgevolg beroept (hier: recht op incassokosten na aanmaning) dat feit moet bewijzen.
Waar dit op gebaseerd is
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 96 (de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en de veertiendagenbrief)
- Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (de staffel en het minimumbedrag)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.