moet het exacte bedrag al vaststaan in de veertiendagenbrief
Het hoofdbedrag moet vaststaan, de incassokosten nog niet
Nee, dat hoeft niet. In de veertiendagenbrief van artikel 6:96 lid 6 BW moet de hoofdsom vaststaan — het bedrag dat de klant nog aan facturen openstaan heeft. Dat bedrag is het uitgangspunt waarop de aanmaning verstuurd wordt, en dat moet klar en concreet zijn: geen schatting, geen bandbreedte. Wat níet op dat moment al hoeft vast te staan, is het bedrag aan incassokosten. De brief mag — en moet feitelijk — het bedrag aan incassokosten noemen dat gaat gelden ná het verstrijken van de termijn, berekend volgens de staffel uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Dat is een voorwaardelijk bedrag: het geldt alleen als er niet op tijd betaald wordt.
Dit onderscheid is meer dan een formaliteit. De wet vraagt om een aankondiging van kosten die gaan ontstaan, niet om een vaststelling van kosten die al ontstaan zijn — die ontstaan namelijk pas als de termijn verstrijkt zonder betaling. Het bedrag dat je noemt is dus een berekening op basis van de hoofdsom zoals die op het moment van versturen vaststaat. Verandert die hoofdsom later, bijvoorbeeld door een parttiele betaling, dan verandert het incassokostenbedrag mee. Wie twijfelt of hij daarvoor een nieuwe brief moet sturen of gewoon door kan met het lopende traject, vindt daar meer over bij verkeerd bedrag in de aanmaning gezet moet ik opnieuw beginnen.
Waar dat uit artikel 6:96 lid 6 BW volgt
Artikel 6:96 lid 6 BW koppelt het recht op incassokosten aan een aanmaning die de klant "een termijn van veertien dagen" geeft om alsnog te betalen, en die vermeldt "de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels gevorderd zal worden." De formulering "zal worden" maakt expliciet dat het om een aangekondigd, nog niet verschuldigd bedrag gaat. Voor de precieze berekening van dat aangekondigde bedrag verwijst de wet naar de staffel in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Wanneer die termijn precies gaat lopen en hoe je de veertien dagen telt, staat beschreven bij vanaf welke dag tel ik de veertien dagen.
Waar dit op gebaseerd is
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 96 (de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en de veertiendagenbrief)
- Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (de staffel en het minimumbedrag)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
De uitwerking per verplichting, met de termijnen die erbij horen en de sjablonen om het vast te leggen, zit in het abonnement.
Bekijk het abonnement Eerst de gratis quick-scanDit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.